Hoesten

Algemeen

Hoesten is een natuurlijke manier om de luchtpijp, keel en longen schoon te maken. Als u een periode vaak moet hoesten, is dat meestal ook niet erg. Het hoesten gaat bijna altijd binnen 2 tot 3 weken vanzelf over.

Oorzaken / Differentiaal diagnose

  • Viral bovenste luchtweginfectie
  • Pneumonie
  • Sinusitis
  • Astma
  • COPD
  • Irritantia
  • Reflux
  • Bijwerking medicatie
  • Laryngitis subglottica
  • Psychogeen
  • Rhinitis
  • Bronchiolitis
  • Cystic fibrosis
  • Corpus alienum
  • Longcarcinoom
  • Longembolie
  • Longfibrose
  • Tuberculose
  • Kinkhoest
  • Verkeerd stemgebruik
  • Een hoestprikkel uit externe gehoorgang, sinus maxillaris, diafragma, de pleura, het pericard en de maag.
  • Mechanische beschadiging (aspiratie, corpus alienum) of prikkeling (gassen, tabaksrook, airconditioning, uitlaatgassen, chloor- en zwaveldampen, erg koude of warme lucht, veelvuldig schrapen van de keel, oedeem.

Diagnose

Anamnese

Aard van de klachten

  • Aard van de klachten:
    • aard van het hoesten
    • dyspneu of piepen (astma, COPD)
    • blafhoest (pseudokroep)
    • gierende hoestaanvallen eventueel gevolgd door braken (‘kinkhoestaanvallen’)
  • Duur, recidief
  • Bijkomende klachten:
    • keelpijn, verstopte neus, neusuitvloed, pijnlijke bijholten, heesheid (bovensteluchtweginfectie)
    • temperatuurverhoging
    • algemene klachten (hoofdpijn, spierpijn, algehele malaise, koude rillingen)
  • Aspiratie corpus alienum.

Omgevingsfactoren

  • Roken
  • In contact geweest met zieke dieren, zoals vogels (psittacosis) of geiten, schapen en koeien (Q-koorts)?
  • Op reis geweest (bacteriële resistentie, Legionella)?

Medicatie

  • Vraag naar medicijngebruik
    • angiotensine-converterendenzymremmers (ACE-remmers)
    • angiotensine II-receptorantagonisten

Comorbiditeit

  • Vraag bij zuigelingen naar:
    • pre- of dysmaturiteit
    • beademing bij de geboorte
  • Vraag bij kinderen, vooral ex-prematuren, naar:
    • aangeboren aandoeningen van hart, nieren en longen (cystische fibrose, bronchopulmonaire dysplasie)
    • neurologische aandoeningen
    • diabetes mellitus
    • verminderde weerstand
    • Vraag bij volwassenen naar: astma, COPD, maligniteit, hartfalen, neurologische aandoeningen, diabetes mellitus, ernstige nierinsufficiëntie, verminderde weerstand

Lichamelijk onderzoek

Mate van ziek zijn bij kinderen

Koorts, Tachypneu, Intercostale intrekkingen, Neusvleugelen, Tachycardie, Huidkleur (bleek, cyanotisch), Reactie op de omgeving (suf, ontroostbaar huilen), Tekenen van dehydratie

Mate van ziek zijn bij volwassenen

Koorts, Tachypneu, Tachycardie, Tekenen van hypotensie, Bewustzijnsverandering (verwardheid, sufheid)

Symptomen die passen bij een bovensteluchtweginfectie

Onderzoek het kno-gebied op geleide van de anamnese.

Symptomen die passen bij een ondersteluchtweginfectie

  • Ausculteer de longen en percuteer deze bij dyspneu of ernstig ziek zijn:
    • let op mogelijke aanwijzingen voor astma, COPD, pneumonie of andere aandoening
    • let op longgeluiden en lokale afwijkingen (pleurawrijven, crepitaties, éénzijdige auscultatoire afwijking, demping)

Aanvullend onderzoek

Bloedonderzoek

  • CRP < 20 mg/l: pneumonie vrijwel uitgesloten
  • CRP 20-100 mg/l: het klinische beeld is bepalend.
  • CRP ≥ 100 mg bij een matig zieke volwassene: pneumonie goed mogelijk

Thoraxfoto

  • Vraag een thoraxfoto aan bij:
    • blijvende onzekerheid over de diagnose of het beleid
    • geen of onvoldoende snel herstel
    • vermoeden van andere aandoeningen (tuberculose, maligniteit, hartfalen) (zie Details)

Overig onderzoek

  • Overweeg onderzoek naar specifieke verwekkers bij uitblijven van herstel of bij vermoeden van een meldingsplichtige ziekte:
    • Bordetella (zie kader Richtlijnen Kinkhoest)
    • aviair influenzavirus
    • Legionella
    • tuberculose (via de GGD)
    • Q-koorts (diagnostiek afhankelijk van regionale afspraken en mede van de vermoedelijke ziekteduur)

Beleid

Adviezen:

  • Schone lucht in huis en op werk.
  • Vermijd rook of vieze lucht.
  • Niet roken.
  • Schraap de keel niet.
  • Bij keelpijn: drink  koud water.
  • Bij kriebelhoest of een schraal gevoel in de keel: drink iets warms, bijv. thee met honing (niet bij <1 jaar).
  • Bij vastzittend slijm: drink iets warms of stoom met warm water.
  • Bij verkoudheid: neusspray met zout water.
  • Hoestdrankjes en andere hoestmiddelen helpen niet.

Medicamenteuze behandeling

Ongecompliceerde luchtweginfectie

  • De effectiviteit van codeïne, noscapine, dextromethorfan, antihistaminica en mucolytica, Bronchusverwijders , Inhalatiecorticosteroïden is niet aangetoond, terwijl sommige wel bijwerkingen hebben (codeïne)
  • Promethazine is gecontraïndiceerd bij kinderen < 1 jaar

Gecompliceerde luchtweginfectie

  • Bij pneumonie antibiotica
  • Als pneumonie niet waarschijnlijk is, wel antibiotica bij risicogroepen: leeftijd < 3 maanden of > 75 jaar, of relevante comorbiditeit.

Keuze van antibioticum

  • Amoxicilline is 1e keus
  • Doxycycline is het middel van 1e keus bij:
    • patiënten met verhoogd risico op ernstige pneumonie door Coxiella burnetii (Q-koorts) of Legionella
    • volwassenen met een contra-indicatie voor amoxicilline
  • Bij kinderen, zwangeren en vrouwen in de lactatieperiode een macrolide voor in plaats van doxycycline.
  • Bij COPD, diabetes mellitus of alcoholmisbruik: amoxicilline of doxycycline.

Behandeling met antibiotica

  • Kinderen < 11 jaar:
    • amoxicilline, 40 mg/kg in 3 doses gedurende 5 dagen (maximaal 3 dd 500mg).
    • bij overgevoeligheid voor amoxicilline: azitromycine, 1 dd 10 mg/kg gedurende 3 dagen.
  • Volwassenen:
    • amoxicilline, 3 dd 500 mg gedurende 5 dagen.
    • bij overgevoeligheid voor amoxicilline: doxycycline, 1e dag 1 dd 200 mg, daarna 1 dd 100 mg gedurende 6 dagen
  • Zwangeren en vrouwen in de lactatieperiode:
    • amoxicilline, 3 dd 500 mg gedurende 5 dagen
    • bij overgevoeligheid voor amoxicilline: erytromycine, 4 dd 500 mg gedurende 7 dagen
  • Bij onvoldoende verbetering na 2 dagen amoxicilline:
    • overleg bij kinderen met de kinderarts over het verdere beleid
    • vervang bij een niet ernstig zieke volwassene amoxicilline door doxycyline, houd daarbij rekening met de hieronder beschreven

Specifieke omstandigheden

Q-koorts

  • Q-koorts is een meldingsplichtige ziekte
  • Overweeg in gebieden waar Q-koorts veelvuldig voorkomt als middel van 1e keus doxycycline, 1 dd 200 mg gedurende 14 dagen (immunocompetente patiënten) of 21 dagen
  • Behandel kinderen met acute Q-koorts met trimethoprim-sulfamethoxazol.
  • Verwijs zwangeren met Q-koorts, patiënten met een ernstige hartklepafwijking en patiënten met chronische Q-koorts naar de 2e lijn.

Legionellapneumonie

  • Overweeg bij risicofactoren voor legionellapneumonie (landen rond de Middellandse Zee, falen van bètalactamantibiotica) doxycycline als middel van 1e keus.
  • Overleg over diagnostiek en behandeling met de longarts, internist-infectioloog of medisch microbioloog.

Penicillineresistentie

  • Bij patiënten die recent verbleven in een land waar een hoog percentage penicillineresistente pneumokokken voorkomt kan behandeling met amoxicilline of doxycycline tekortschieten (zie Ondersteluchtweginfecties).
  • Start bij deze patiënten met amoxicilline en spreek een controle af na 24-48 uur.
  • Overleg bij onvoldoende klinische verbetering met de longarts, internist-infectioloog of medisch microbioloog over het vervolgbeleid.

Aspiratiepneumonie

  • Amoxicilline-clavulaanzuur, 3 dd 500/125 mg gedurende 7 dagen
    • bij creatinineklaring 10-30 ml/minuut: amoxicilline-clavulaanzuur, 2 dd 500/125 mg gedurende 7 dagen

Consultatie en verwijzing

Kinderen

  • Verwijs kinderen < 1 maand met acuut hoesten en koorts
  • Verwijs kinderen met (aanwijzingen voor) een pneumonie:
    • ernstig ziek zijn
    • onvoldoende reactie op antibiotica
    • vermoede aspiratiepneumonie waarbij de klachten onvoldoende afnemen met amoxcilline-clavulaanzuur
  • Verwijs bij (vermoede) aspiratie van een corpus alienum

Q-koorts

  • Verwijs zwangeren met Q-koorts naar een gynaecoloog
  • Verwijs patiënten met chronische Q-koorts naar een internist-infectioloog.

Legionella-infectie

Overleg over de behandeling met longarts, internist-infectioloog of medisch microbioloog (zie Legionella).

Bijlagen

Referenties: NHG-standaard, Thuisars