Kinkhoest

Algemeen

  • Kinkhoest is een acute besmettelijke ziekte van de tractus respiratorius, veroorzaakt door de bacterie Bordetella pertussisen minder frequent door Bordetella parapertussis.
  • De hoestbuien zijn het gevolg van schade aan het epitheel van de luchtwegen door toxines.
  • De incubatietijd is gemiddeld 7-14 dagen (maximaal 21 dagen).
  • Het kan 2 tot 4 maanden duren.
  • Kenmerkend beloop in 3 fasen: een catarraal stadium, een paroxismaal stadium en een reconvalescentiestadium.
  • Kinkhoest kan heftige hoestbuien geven, vooral bij kinderen.
  • Baby’s kunnen er ernstig ziek van worden.  De meeste kinderen in Nederland krijgen prikken tegen kinkhoest. Die zorgen ervoor dat ze meestal niet (erg) ziek worden van kinkhoest.
  • Verspreiding vindt aërogeen plaats via druppelinfectie.
  • Incidentie: 0,35 per 1000 mensen per jaar van wie ca. 200 opnames in het ziekenhuis (vooral kinderen < 3 maanden).

Symptomen

Begint met een verkoudheid. Jongeren en volwassenen hoesten erg, maar hebben meestal niet de heftige hoestbuien

Na 2 weken kan het kind opeens hoestbuien krijgen:

  • Kunnen heel heftig zijn.
  • Soms overgeven van het heftige hoesten.
  • Benauwdheid en blauw worden.
  • Kan ook veel slijm ophoesten.
  • Een hoestbui eindigt vaak met een lange inademing met een gierend geluid.
  • Moeheid door hoesten
  • Baby’s: huilerig, niet willen drinken, geen kracht om te drinken.
  • Soms worden ze benauwd en blauw, zonder dat ze hoesten.
  • Na een paar weken worden de hoestbuien minder heftig.

Oorzaken

  • Kinkhoest komt door een bacterie, overgegeven door niezen of hoesten.
  • Hierna duurt het 1 tot 3 weken voordat u verkouden wordt.
  • Als u verkouden bent, duurt het nog 1 tot 2 weken voordat u gaat hoesten.
  • U kunt de bacterie aan anderen doorgeven. Dat gebeurt als u verkouden wordt tot ongeveer 5 weken daarna.

Ernst

Kinkhoest kan gevaarlijk zijn voor kinderen die jonger zijn dan 1 jaar.  1 van de 3 baby’s met kinkhoest krijgt een longontsteking. Soms stoppen baby’s met ademen. Baby’s met kinkhoest worden daarom meestal opgenomen in het ziekenhuis. Ook kinderen met een ernstige hartziekte of longziekte kunnen ernstig ziek worden van kinkhoest. Als u zwanger bent en kinkhoest heeft, kunt u de ziekte aan de baby geven bij de geboorte. Jongeren en volwassenen worden niet erg ziek van kinkhoest. Wel kunnen zij baby’s en andere kinderen besmetten.

Diagnose

  • Overweeg de diagnose ‘kinkhoest’ bij kenmerkende kinkhoestaanvallen of, tijdens epidemieën, bij patiënten die ernstig hoesten of hoestbuien hebben en die contact hebben gehad met kinderen of volwassenen met kinkhoest.
  • Aanvullend onderzoek naar kinkhoest wordt aanbevolen bij een patiënt met in het gezin
    • niet of onvolledig gevaccineerde kinderen < 1 jaar
    • een vrouw die > 34 weken zwanger is.
  • Bij kinderen < 1 jaar heeft PCR en/of kweek de voorkeur, ongeacht de ziekteduur.
  • Bij kinderen > 1 jaar en bij volwassenen is de diagnostiek afhankelijk van de ziekteduur:
    > 1 jaar + hoest <3 weken: kweek/PCR op Bordetella pertussis
    > 1 jaar + hoest >3 weken: serologie Bordetella pertussis
  • Bij hoesten < 3 weken is de verwekker vaak nog aanwezig in de nasofarynx en heeft PCR de voorkeur. Indien de PCR negatief is, wordt alsnog serologie ingezet Bij hoesten > 3 weken heeft serologie de voorkeur.

Beleid

Adviezen:

  • Kinkhoest gaat vanzelf over. Het duurt soms wel maanden.
  • Voldoende rust. Niet in bed blijven.
  • Kinderen laten spelen als ze dat wilen.
  • Als u gaat hoesten, is de meest besmettelijke periode al voorbij. Mensen in uw omgeving zijn dan vaak al besmet. Het heeft daarom weinig zin om thuis te blijven.
  • Blijf uit de buurt van baby’s jonger dan 1 jaar en vrouwen die meer dan 34 weken zwanger zijn.
  • Als u meer dan 34 weken zwanger bent: Neem contact op met uw huisarts.

Preventie

  • Preventieve maatregelen zijn gewenst als in het gezin van de patiënt met kinkhoest (de indexpatiënt) een ongevaccineerde zuigeling of een kind met een verhoogd risico op complicaties aanwezig is.
    • zuigelingen < 8 weken: vervroeg de 1e vaccinatie (wordt normaliter gegeven als het kind 2 maanden oud is, maar kan vanaf 4 weken worden gegeven).
    • kinderen < 5 jaar die onvolledig gevaccineerd zijn: geef een aanvullende vaccinatie.
  • Voer specifiek beleid:
    • als de kinkhoestpatiënt contact heeft gehad met een hoogzwangere vrouw, een niet of onvolledig gevaccineerd kind < 1 jaar of een kind met ernstig onderliggend hart- of longlijden
    • als kinkhoest wordt vastgesteld in een verblijfsinstelling of kinderdagverblijf
  • Kinkhoest is een meldingsplichtige ziekte. Bij preventie en voorlichting kan de GGD een belangrijke rol spelen.

Medicatie:

In een paar situaties kan de arts wel antibiotica geven. Uw hele gezin krijgt deze medicijnen dan. Dat kan in deze situaties:

  • Als u / uw vrouw meer dan 34 weken zwanger is en geen prik tegen kinkhoest in de zwangerschap heeft gekregen.
  • Als u een baby heeft jonger dan 1 jaar.
  • Als u een kind heeft met een ernstige longziekte of hartziekte.

Als uw baby jonger is dan 1 jaar, kan hij/zij de prikken tegen kinkhoest ook eerder krijgen. Normaal krijgen baby’s de eerste prik als ze 2 maanden oud zijn. Maar het kan al vanaf 4 weken.

Medicamenteuze behandeling

  • Bevestig alvorens tot maatregelen over te gaan de diagnose ‘kinkhoest’ bij de indexpatiënt door middel van laboratoriumonderzoek.
  • Start in afwachting van de uitslag alvast met behandeling en profylaxe als de indexpatiënt deel uitmaakt van een gezin met niet-gevaccineerde of onvolledig gevaccineerde kinderen of kinderen die op het punt staan geboren te worden.
  • Stel maatregelen buiten het gezin alleen in na overleg met de GGD en na bevestiging van de diagnose bij de indexpatiënt.
  • Stel profylaxe in < 3 weken na aanvang van de hoestbuien bij de indexpatiënt.
  • Symptomatische behandeling van kinkhoest met inhalatiecorticosteroïden, salbutamol, antitussiva of antihistamines wordt afgeraden.

Behandel- en profylaxeschema 

  • Kinderen > 1 maand: azitromycine, 1 dd 10 mg/kg gedurende 3 dagen (maximaal 500 mg/dag)
  • Volwassenen ≥ 18 jaar: azitromycine, 1 dd 500 mg gedurende 3 dagen
  • Zwangerschap en lactatie: erytromycine, 4 dd 500 mg gedurende 7 dagen

Verwijzing 

  • Verwijs zuigelingen < 6 maanden met (vermoede) kinkhoest
  • Bij gerapporteerde apneus, hypoxie of andere aanwijzingen voor (ernstige) complicaties zal altijd tot opname besloten worden.

Beloop

Het hoesten kan 2 tot zelfs 4 maanden doorgaan. Daarna bent u beschermd tegen de ziekte. Toch kunt u de ziekte weer krijgen, al na 4 jaar. Ook na een prik tegen kinkhoest kunt u toch weer ziek worden. U krijgt dan niet zulke erge klachten.

Bijlagen

Extra informatie over de prik bij kinderen:

De prikken tegen kinkhoest geven een goede bescherming, maar beschermen niet helemaal en niet voor altijd. Uw kind kan nog kinkhoest krijgen. Maar de klachten zijn vaak wel veel minder heftig.

Kinderen krijgen in het eerste levensjaar 4 keer een prik tegen kinkhoest.
Als u al een prik heeft gehad toen u zwanger was, zijn 3 prikken meestal genoeg.
De prik tegen kinkhoest (K) zit samen met de prik tegen difterie (D), tetanus (T) en polio (P) in de DKTP-prik.

Uw kind krijgt de eerste prik tegen kinkhoest als hij/zij 2 maanden is. Elke prik zorgt voor meer bescherming tegen kinkhoest. Na 2 of 3 prikken zijn kinderen goed beschermd tegen kinkhoest. De volgende prikken bij 11 maanden en 4 jaar zorgen ervoor dat ze lang beschermd blijven.

Hoe voorkomt een prik in de zwangerschap kinkhoest bij mijn baby?

Als je zwanger bent, kun je een prik krijgen tegen kinkhoest. Dit heet de 22 wekenprik. Hiermee zorg je ervoor dat je baby al tegen kinkhoest is beschermd als pasgeboren baby. De kans is dan veel kleiner dat je baby kinkhoest krijgt en daar erg ziek van wordt. De prik heeft geen risico’s voor jou of je zwangerschap. Alle zwangere vrouwen in Nederland kunnen deze prik gratis krijgen. Dat kan vanaf 22 weken zwangerschap tot het eind van de zwangerschap. Hoe vroeger hoe beter. Je krijgt de prik op het consultatiebureau.

Na de prik duurt het 2 weken voordat je lichaam genoeg afweerstoffen heeft gemaakt. Daarom is het belangrijk dat je de prik op tijd krijgt. Dit kan vanaf 22 weken tot het einde van de zwangerschap.
Haal de prik zo vroeg mogelijk. Dan is je baby ook beschermd als hij/zij te vroeg geboren wordt.

Hoe gaat het verder na een prik in de zwangerschap?

De prik beschermt je baby na de geboorte. De afweerstoffen in je baby worden wel langzaam minder. Daarom moet je baby zelf ook nog steeds prikken krijgen tegen kinkhoest. Je baby heeft 1 prik minder nodig. Bespreek dit op het consultatiebureau.

Je kunt borstvoeding geven als je de prik hebt gehad. Door borstvoeding bescherm je je baby zelfs nog wat meer tegen kinkhoest.

Als je weer zwanger wordt, heb je weer een nieuwe prik tegen kinkhoest nodig. Die zorgt ervoor dat je weer genoeg afweerstoffen aan je nieuwe baby doorgeeft.

Referenties: NHG-standaard, thuisarts

Printen