Malletvinger

Algemeen

Bij een malletvinger blijft het topje van uw vinger gebogen staan. Het lukt u niet om het vingertopje te strekken. Dat komt doordat een pees bovenin de vinger is afgescheurd. Soms is er ook een stukje bot afgebroken.

Symptomen

  • De vingertopje blijft gebogen als u uw vinger strekt.
  • De vinger lijkt dan een beetje op een hamertje.
  • Meestal voelt u er weinig van. Soms doet uw vinger pijn.
  • De vingertop kan een beetje dik worden.

Oorzaken

  • Het ontstaat wanneer de vingertop met kracht gebogen wordt. Bijv. als u uw vinger hard stoot.
  • De pees die vastzit aan het bovenste vingerkootje, scheurt dan af. Soms breekt ook het stukje bot af waar de pees aan vastzit.
  • Meestal gebeurt dit tijdens sporten als een bal hard op de gestrekte vinger komt. Bijvoorbeeld bij basketbal, volleybal of voetbal (bij de keeper).
  • Maar een malletvinger kan ook ontstaan in het huishouden, zoals bij het opmaken van een bed.
  • Ouderen kunnen een malletvinger krijgen als ze hun vinger zacht stoten.

Diagnose

  • Op basis van klinische kenmerken
  • X-foto voor analyse van een mogelijke breukje

Beleid

Adviezen en uitleg

  • Een malletvinger wordt nooit vanzelf beter. Zonder behandeling blijft het vingertopje krom staan. U kunt de kromme vingertop dan nog wel met uw andere hand rechttrekken.
  • Als alleen de pees of een klein stukje bot is afgescheurd, krijgt u een spalk.
  • De spalk zorgt dat uw vinger recht blijft. Hierdoor kan de pees of het bot weer aan elkaar groeien.
  • U mag de eerste weken de vinger echt niet buigen. Als u toch buigt, kan de pees weer scheuren of het bot weer breken. U moet daarom de spalk dag en nacht dragen.
  • Wel moet u de de spalk om de dag afdoen om uw vinger en de spalk schoon te maken. Zorg dan dat uw vinger recht blijft. Leg uw hand plat op tafel en schuif voorzichtig de spalk van uw vinger af. Druk daarbij uw hand een beetje tegen de tafel.
  • Als een groot stuk bot van het vingerkootje is afgebroken, is een operatie

Controle

Na 6-8 weken op controle komen.

  • Als u uw vinger dan kunt strekken, mag u voorzichtig gaan oefenen. Zo nodig met de handtherapeut
    U moet de spalk nog wel 2 weken dag en nacht dragen. Alleen om te oefenen de spalk af.
  • Als u uw vinger niet kunt strekken, moet u de spalk nog 4 weken dag en nacht dragen.
    Daarna kijkt uw huisarts of u voorzichtig kunt gaan oefenen. Zo nodig met een handtherapeut
    U moet de spalk dan nog 2 weken dag en nacht dragen. Alleen om te oefenen de spalk af.
  • Daarna draagt u de spalk nog 2 tot 4 weken: alleen in de nacht en op momenten waarbij u uw vinger hard kunt stoten (zoals tijdens sporten).

Beloop

Zonder behandeling blijft de vingertopje krom staan.

Na behandeling met een spalk en een periode van voorzichtig oefenen, kunt u uw vinger weer normaal gebruiken.

Soms gaat de vingertop toch weer krom staan. Als u er niets aan doet, blijft uw vinger zo staan.

  • Heeft u hier last van? Dan kan een operatie helpen.
  • Heeft u er geen last van? Dan kunt u het zo laten. U heeft dan wel kans dat ook de rest van uw vinger krom wordt. Die krijgt dan de vorm van een ‘zwanenhals’. U kunt de vinger dan niet meer goed bewegen. Daardoor kunt u last krijgen bij de dingen die u dagelijks doet. Soms moet de vingertop dan met een operatie worden vastgezet.
    Ook heeft u meer kans op artrose in uw vinger.

Bijlagen

Foto:

Referentie: Thuisarts