Zwangerschapsdiabetes

Algemeen

Bij zwangerschaps-diabetes zit er te veel suiker in je bloed in de tweede helft van je zwangerschap. Ongeveer 1 van de 15 zwangeren heeft dit. Na de bevalling gaat het bijna altijd vanzelf weer over. Als je zwangerschaps-diabetes hebt kun je beter in ziekenhuis bevallen, inleiding gebeurt meestal vanaf 38 weken.

Symptomen

Meestal asymptomatisch. Anders:

  • veel plassen
  • dorst, veel drinken
  • snel moe zijn
  • jeuk
  • soms op de echo veel vruchtwater of een te grote baby

Oorzaken

In de tweede helft van je zwangerschap maakt je moederkoek (placenta) hormonen. Die zorgen ervoor dat het hormoon insuline minder goed werkt. Bij de meeste zwangeren maakt het lichaam vanzelf extra insuline aan. Als dat niet gebeurt, heb je dus tijdelijk te weinig insuline. Daardoor komt er meer suiker in je bloed.

Risicofactoren:

  • Hindoestaanse, Arabische of Noord-Afrikaanse afkomst
  • overgewicht hebt (een BMI hoger dan 30)
  • diabetes bij je vader, moeder, kind, broer of zus
  • zwangerschapsdiabetes in je vorige zwangerschap of een zwarte kind kreeg
  • olycysteus-ovariumsyndroom (PCOS) hebt
  • Eerdere miskraam

Diagnose

Suikertest doen als:

  • Je hebt een grotere kans op zwangerschaps-diabetes.
  • Je baby lijkt op de echo te groot.
  • te veel vruchtwater.
  • symptomen die kunnen passen bij zwangerschaps-diabetes.
  • hypertensie aan het begin van de zwangerschap.

Suikertest (Glucose Tolerantie Test (oGTT))

  • Meestal doe je deze test als je tussen de 24 en 28 weken zwanger bent.
  • Soms doe je de test al bij 16 weken zwangerschap. Bijv als je eerder zwangerschaps-diabetes hebt gehad.

De avond voor de test:

  • vanaf 10 uur ’s avonds niets meer eten.
  • vanaf 10 uur ’s avonds geen melk drinken of dranken waar suiker in zit.
  • Je mag nog wel water of thee zonder suiker drinken.

Op de dag van de test:

  • In de ochtend prikt de laborant wat bloed om je bloedsuiker te meten.
  • Daarna krijg je een suikerdrankje.
  • 2 uur na het drankje prikt de laborant opnieuw wat bloed om je bloedsuiker te meten.

Als 1 of beide bloedsuikers te hoog zijn, dan heb je zwangerschaps-diabetes.

Gevolgen

Voor de baby

  • Je baby kan te groot worden. Daardoor kan de bevalling lastiger zijn. Bijv. doordat de schouders van je baby niet goed door je vagina passen.
  • Je baby kan na de geboorte een te lage bloedsuiker hebben.
    Dit kan schadelijk zijn. Meestal is het goed te behandelen, bijvoorbeeld met extra voeding.
  • Je baby heeft een grotere kans om geel te worden in de eerste dagen na de geboorte. Dit heet geelzucht. Dat is meestal niet schadelijk en gaat na een paar dagen over.

Voor de moeder

Beleid tijdens de zwangerschap

Gezonder eten met dieet (effect al binnen 1-2 weken)

Eet regelmatig:

  • Eet elke dag 3 gezonde maaltijden. Niet meer dan 4 keer per dag een tussendoortje.

Kies vooral voor:

  • volkoren producten: volkoren brood, volkoren pasta en zilvervliesrijst
  • peulvruchten, zoals erwten, bonen en linzen
  • noten
  • groente en fruit

Eet en drink liever geen:

  • frisdrank en vruchtensappen
  • wit brood en producten van wit meel
  • koekjes, gebak, snoep en chocola
  • ontbijtgranen met maar weinig vezels (zoals cornflakes)
  • witte rijst, witte pasta, pizza of friet

Andere belangrijke adviezen:

  • Beweeg elke dag minstens een half uur.
  • Vertel andere mensen over je zwangerschaps-diabetes en je dieet.

Soms ook insuline spuiten

Zit er erg veel suiker in je bloed, dan ga je naar de gynaecoloog:

  • Je krijgt een afspraak bij de diëtist. Die geeft je adviezen over eten en drinken.
  • Je krijgt thuis een bloedsuikermeter. Hiermee kun je een aantal keer per dag je bloedsuiker controleren.
    Je schrijft je bloedsuiker op.
  • Je bespreekt je bloedsuiker vaak met de diabetes-verpleegkundige of de internist.
  • De gynaecoloog maakt een echo om te controleren of je baby goed groeit.

Beleid na de zwangerschap

Voor de moeder

  • Na de bevalling mag je stoppen met het controleren van je bloedsuiker.
  • Ook hoef je meestal geen insuline of pillen meer te gebruiken. Je lichaam heeft minder insuline nodig, omdat je niet meer zwanger bent
  • De helft van de vrouwen met zwangerschaps-diabetes krijgt binnen 5 jaar diabetes type 2.
    Je merkt hier zelf meestal niets van.
  • De helft van de vrouwen krijgt weer zwangerschaps-diabetes in een volgende zwangerschap.
  • Laat na 6 weken je bloedsuiker en bloeddruk meten bij de huisarts.

Voor de baby

  • Je verloskundige of gynaecoloog kijkt of extra controles van de bloedsuiker van je baby nodig zijn.
  • Veel borstvoeding of andere voeding gebruik bij laag bloedsuiker overleggen met je verloskundige

Controle

Wie jou controleert tijdens je zwangerschap, hangt af van hoe het gaat:

  • Als je baby normaal groeit, je bloedsuiker weer normaal is en je geen medicijnen gebruikt:
    Dan kan je eigen verloskundige je zwangerschap controleren.
    De verloskundige meet de bloedsuiker en of je baby goed groeit.
  • Als je baby te groot is op de echo, je bloedsuiker niet goed onder controle is of als je medicijnen gebruikt:
    Dan controleert de gynaecoloog je zwangerschap.
    De kinderarts zal je baby na de geboorte nakijken en zo nodig langer controleren.

Bijlagen

Referentie: Thuisarts