Anticonceptie na bevallen

Algemeen

  • Als je alléén borstvoeding geeft én nog niet ongesteld wordt, is de kans dat je zwanger wordt klein. Borstvoeding geven houdt de eisprong tegen. Je bent dan minder vruchtbaar. Van de 1000 vrouwen die alleen borstvoeding geven en nog niet ongesteld zijn, worden per jaar 20 toch zwanger.
  • Zodra je flesvoeding of andere voeding (erbij) geeft, heb je kans dat je zwanger wordt.
  • Word je ongesteld, dan kun je zwanger worden. Ook als je alleen borstvoeding geeft. Ongesteld worden is meestal een teken dat je al een eisprong hebt gehad.

Welk voorbehoedmiddel kies ik na de bevalling?

Borstvoeding geven begint meteen na de bevalling. Daarna kun je ook starten:

  • met condooms
  • vanaf 3 weken: de minipil
  • vanaf 4 weken: het hormoonstaafje
  • vanaf 6 weken: de pil, de prikpil of een spiraaltje

Geef je géén borstvoeding dan kun je na de bevalling starten:

  • met condooms
  • vanaf 3 weken: de minipil, de pil, het hormoonstaafje of de prikpil
  • vanaf 6 weken: een spiraaltje

Verschillende voorbehoedmiddelen

Borstvoeding en de minipil, het hormoonstaafje of de prikpil

De minipil, het hormoonstaafje en de prikpil zijn voorbehoedmiddelen met 1 hormoon (progestageen). Dit komt via de borstvoeding wel bij je kind. Maar heeft geen invloed op de borstvoeding of op de groei van je kind.

Voor alle drie geldt: voordat je ermee start, wil je zeker zijn dat je niet zwanger bent. Als je nog niet ongesteld bent geweest en wel onbeschermd seks hebt gehad, doe dan eerst een zwangerschapstest.

Vanaf 3 weken na de bevalling kun je met de minipil beginnen.
De minipil moet je wel elke dag op ongeveer dezelfde tijd slikken om goed tegen zwangerschap beschermd te zijn.

  • Start je binnen 4 weken na de bevalling dan ben je meteen beschermd. Start je later gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.
  • Of start op de 1e dag van je ongesteldheid. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. En dan ben je ook meteen beschermd.
  • Start je tussen de 2e en 5e dag van je ongesteldheid, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.

Vanaf 4 weken kan je met het hormoonstaafje beginnen.

  • Start je binnen 4 weken na de bevalling dan ben je meteen beschermd. Start je later, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.
  • Of laat het hormoonstaafje tussen de 1e en 5e dag van je ongesteldheid plaatsen. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. En dan ben je ook meteen beschermd.

Vanaf 6 weken kun je met de prikpil beginnen.

  • Gebruik na de prik de eerste 14 dagen een condoom als je seks hebt. Daarna ben je beschermd.
  • Of haal de prik tussen de 1e en 5e dag van je ongesteldheid. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent.

Borstvoeding en de pil

Vanaf 6 weken na de bevalling kun je met de pil beginnen. De ‘gewone’ pil heeft 2 hormonen (progestageen en oestrogeen).

  • Voordat je met de pil start, wil je zeker zijn dat je niet zwanger bent. Als je nog niet ongesteld bent geweest en wel onbeschermd seks hebt gehad, kun je eerst een zwangerschapstest doen.
  • Als je met de pil start, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.
  • Of start op de 1e dag van je ongesteldheid. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. Daarna ben je meteen beschermd.
  • Start je tussen de 2e en 5e dag van je ongesteldheid, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.

Door de pil maak je misschien minder borstvoeding aan. Geef je kind dan tijdelijk wat vaker de borst, als het daarom vraagt. Zo blijf je genoeg borstvoeding aanmaken. Hormonen van de pil komen via de borstvoeding bij je kind. Dit heeft geen invloed op de groei van je kind.

Borstvoeding en het spiraaltje

Vanaf 6 weken na de bevalling kan je een spiraaltje laten plaatsen.
Een spiraaltje beschermt het beste tegen zwanger worden.
Een koper– of hormoonspiraal heeft geen invloed op de borstvoeding of de groei van je kind.

  • Voordat je een spiraaltje plaatst, moet je zeker zijn dat je niet zwanger bent. Als je nog niet ongesteld bent geweest en wel onbeschermd seks hebt gehad, moet je eerst een zwangerschapstest doen.
  • Of laat het spiraaltje tussen de 1e en 7e dag van je ongesteldheid plaatsen. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. Daarna ben je meteen beschermd.

Bij het plaatsen is er een kleine kans dat het spiraaltje door de baarmoeder heen gaat en in je buik komt. Deze kans wordt kleiner als je bevalling langer dan 6 weken geleden is. Je kan daarom kiezen voor iets later laten plaatsen.
Bij borstvoeding komt dit iets vaker voor omdat de baarmoeder dan zachter is. Dit gebeurt bij 6 van de 1000 vrouwen die borstvoeding geven en een spiraal krijgen. Je kan dus ook hiermee wachten tot je met borstvoeding gestopt bent.

Flesvoeding en de minipil, de pil, het hormoonstaafje of de prikpil

Als je géén borstvoeding geeft, kun je vanaf 3 weken na de bevalling starten met:

  • de minipil
  • de pil
  • het hormoonstaafje
  • de prikpil

Voor al deze methoden geldt: voordat je er mee start wil je zeker zijn dat je niet zwanger bent. Als je nog niet ongesteld bent geweest en wel onbeschermd seks hebt gehad, moet je eerst een zwangerschapstest doen.

Minipil of de pil

  • Start je binnen 4 weken na de bevalling dan ben je meteen beschermd. Start je later gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.
  • Of start op de 1e dag van je ongesteldheid. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. Dan ben je ook meteen beschermd.
  • Start je tussen de 2e en 5e dag van je ongesteldheid, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.

Het hormoonstaafje

  • Start je binnen 4 weken na de bevalling dan ben je meteen beschermd. Start je later, gebruik dan de eerste 7 dagen een condoom als je seks hebt.
  • Of laat het hormoonstaafje tussen de 1e en 5e dag van je ongesteldheid plaatsen. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. Daarna ben je ook meteen beschermd.

De prikpil

  • Gebruik na de prik de eerste 14 dagen een condoom als je seks hebt. Daarna ben je beschermd.
  • Of haal de prik tussen de 1e en 5e dag van je ongesteldheid. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent.

Flesvoeding en het spiraaltje

Vanaf 6 weken na je bevalling kan je een spiraaltje laten plaatsen. De huisarts kan dit doen, of een zorgverlener die daarin getraind is.
Een spiraaltje beschermt het beste tegen zwanger worden.

  • Voordat je een spiraaltje plaatst, moet je zeker zijn dat je niet zwanger bent. Als je nog niet ongesteld bent geweest en wel onbeschermd seks hebt gehad, moet je eerst een zwangerschapstest doen.
  • Of laat het spiraaltje tussen de 1e en 7e dag van je ongesteldheid plaatsen. Dan weet je zeker dat je niet zwanger bent. Daarna ben je meteen beschermd.
  • Lees meer over het koperspiraaltje of het hormoonspiraaltje

Bijlagen

Meer informatie: Kijk op deze keuzekaart om voorbehoedmiddelen te vergelijken

Referentie: Thuisarts